4. Sahara (Marokko, Mauritanie): 06-08 t/m 11-08

06-08-06 – Zand, zand en Mercedes
Na er weer 3 uur over gedaan te hebben ’s-ochtends vertrokken we de sahara in. Dit moet toch wat efficienter kunnen. De Jerrycans hebben we weer gevuld met water en later bij het tanken de dieselcan gevuld.
vlak na vertrek zijn we gestopt en konden we een paar mooie vogels spotten, zo zagen we ook een moederezeltje staan, die wild leek te zijn met haar jong van een paar dagen oud. Onze laatste appel hebben we naar de ezel toegegooid. Ik heb tevens ook een pantysok over de inlaat van het luchtfilter gedaan om als extra filter te dienen voor het fijne zand.
Een lange tocht met soms erg mooie stukken, het bekende ‘kijk uit voor kamelen’ bordje zien staan, de eerste echte duinen gezien, mooie ruwe, ruige kale bergen maar vooral veel vlakte en steen. vandaag bij een stop erachter gekomen bij een checkup van de wagen dat de olie keerring van de krukas kapot is, de auto verbruikt nu aardig wat olie, zitten denken of dit noodzakelijk nog opgelost moet worden tijdens de reis of dat het bij terugkomst kan. Stuk rustiger op de wegen, wat je ziet is hoofdzakelijk mercedes, veel w123 taxi’s, maar ook de 190 en de W124.
’s-avonds vonden we de camping Le Bedouin, een km of 5 over een piste en dan op een camping die niet veel meer dan een parkeerplaats in het zand is konden we de auto neerzetten. 2 andere overlanders stonden daar ook (vw bus en een italiaan in een landcruiser). Het erheen rijden is we leuk, hier en daar is een reflector op de stenen geplaatst zodat je weet dat je nog op de juiste ‘weg’ zit. Het is in elk geval ver genoeg van de weg om weer in de zuivere stilte van de sahara te staan. Het heeft al een heel aardig sfeertje, er is overal om je heen steeds een enorme vlakte, veelal van grote steen oppervlakte met hier en daar ook zand.
Vandaag gedurende de dag zijn we regelmatig gestopt om genieten van het uitzicht of voor Melissa om botjes te zoeken.
op de camping stond veel wind, nog een hapje gemaakt en gaan slapen, de plek was uiterst stil.


De Cactus, een echte die-hard in de droge Sahara.

Vrolijke Melissa, Fort Bou-Jerif

Eindeloze wegen

“Are we there Yet?” (Donkey, Shrek)

Vogels kijken.

Een mooi stukje oase, met een klein meertje en groen.


De duinen, Sahara


Ons favoriete moment van de dag: Cappucino met een scheutje Amaretto terwijl je rondrijdt en geniet van de omgeving.

Het officiele begin van de Westelijke Sahara.

De kamelen


Een kameel met de zee op de achtergrond.

Spooky..

07-06-06 – Vullen met plantaardige olie en karren maar weer
’s-ochtends weer veel wind, alles kwam onder het zand te zitten. Na lekker ontbijtje verder gaan rijden, ’s-middags getankt in de westelijke sahara voor 4.42 dirham per liter, spotgoedkoop!
halverwege de avond gestopt ergens langs de weg 130km boven Dahkla. we zijn de weg afgereden door tussen de struikjes door over het steen/zand en vonden zo een mooie stek onder aan een berg.
Te gek om zo in het niets de auto te parkeren! Ramon was al in slaap gevallen, hij is verder blijven slapen op de achterbank. Het was er heerlijk rustig en de wind maakte de nacht aangenaam genoeg.
We zetten de daktent op en hebben heerlijk geslapen.


Camping Le Bedouin. In the middle of nowhere, en zo voelt het ook. Een hok waar je kan douchen en een toilet.

Look out for the sign in the middle of all the other signs around!

Een apart bord welke we niet in Europa kennen.

Veel saaie stukken…

… soms saaie stukken, maar de atmosfeer is heel bijzonder. We zitten in onze eigen road movie.

08-08-06 – Landmijnen en slapen onder de sterren.

‘S-ochtends kwam er een man met een tulband om in een landcruiser pickup aangereden toen wij zaten te ontbijten aan het tafeltje, in het frans maakte hij ons duidelijk dat er hier landmijnen kunnen liggen, iets waar ik eigenlijk van stond te kijken. Ik had begrepen dat deze voornamelijk in de grensgebieden lagen en zodoende liepen we daar maar niet meer al teveel rond…
Ik begreep er niets van, ik had Melissa plechtig beloofd dat dat hier gewoon kon, en zover ik dat gelezen had lagen ze hier ook niet. Het ontaardde in een gespannen situatie, want daar stonden we dan, en vanochtend zijn we nog rond gaan lopen daar. Zou het werkelijk waar zijn? Nadat we weer rustig waren besloten we zo goed als mogelijk over dezelfde sporen dan maar terug te rijden.


Onze romantische plek onder de sterren (en tussen de landmijnen, zo bleek).

Helemaal alleen

Een zwaar gepantserde pissebed, waarschijnlijk om bestand te zijn tegen de landmijnen.

Ruwe kustlijn.

Transatlantische route

We hadden maar een klein stukje rijden vandaag, het was vanaf hier nog maar tussen de 130km en de 150km.
Vandaag zijn we op verschillende plekken gestopt als Melissa wat botjes of schedels dacht te zien liggen, daarnaast heeft Ramon nog gezwommen en hebben we een paar keer een scheepswrak zien liggen dat aangespoeld was op het strand. Bij eentje die bijna helemaal op het strand lag konden we mooi dichtbij komen en hebben dit lugubere spookschip goed kunnen zien.



I can see for miles and miles.. (The Byrds)

Nog een anonieme plaats in de Westelijke Sahara. De staat probeert het voor mensen aantrekkelijk te maken om hier te gaan wonen door het invoeren van een belastingvrij klimaat.

Al gauw kwamen we aan in Dahkla, daar konden we nog even rondrijden en besloten daar iets te gaan eten. We hadden al een camping gespot op de heenweg, aan het begin van Dahkla.
Bij het doorrijden van Dahkla kregen we een aparte indruk. Het is best groot, maar het stelt eigenlijk niets voor. Als je Dahkla nadert is het prachtig mooi, net een andere planeet, zand bergen en vlaktes met daar tussen grote stukken water. Je kan er lekker zwemmen als je wilt en genieten van de enorme zandduinen. In Dahkla zelf, vonden we een aardige stek waar we konden eten, en het eten was nog heel aardig daar, of wij zijn inmiddels niets meer gewend. De bediening had moeite om een beetje vrolijk te doen, maar ik kan het de mensen niet kwalijk nemen, je zal hier maar wonen. Er is eigenlijk helemaal niets, alleen soms wat mensen die op doorreis zijn door de Sahara. Na wat proviand gescoord te hebben reden we ’s-avonds terug naar de camping. Er bleek niemand anders te staan en een oud mannetje daar sprak nauwelijk frans.
We stuitten op het punt dat ik wilde weten wat een overnachting kostte.
Naar ik begreep, konden we de camping op en het kostte niets. Daar geloofde ik niets van, dat heb ik in Marokko nog niet meegemaakt, en ze staan hier tenslotte niet voor niets. Ik kwam er met het oude mannetje niet uit en hij wilde mijn mobiel even lenen om de eigenaar te bellen, want die was er zelf niet, en na een telefoongesprek met de eigenaar kreeg ik weer hetzelfde te horen, ik hoefde niets te betalen, en als ik dan morgen wat wilde geven kon ik dat zelf weten, niets was verplicht. Na duizend keer vragen was ik het zat, ik wilde betalen maar ze hielden maar vol dat het niet uitmaakte.
Ik vond het maar vreemd maar we namen het maar voor lief. Misschien is het dan eens een keer ECHT zo?? We zaten nog samen met het mannetje in een grote tent en hij had thee voor ons gezet.
Een hardstikke lieve tennisbal-gekke hond liep hier rond bij deze plek, dus we hadden meteen weer een maatje. Continu haalde hij zijn tennisbal op en hoopte dat je hem weer zou gooien.
We hingen lekker op de banken en de man drong aan dat we in een tentje moesten slapen die daar staan, dat was wel weer eens wat anders dan in de daktent en zodoende namen we dat aanbod ook aan.
We stapten na verloop van tijd weer op en we maakte het tentje klaar voor de nacht, we plaatsten onze eigen slaapzakken tussen het beddegoed en vielen in slaap op deze prachtige plaats in een echte sahara tent in Dahkla, Westelijke Sahara.


Kleurrijke zeeplanten.

Even afkoelen.

Ontkomen aan de oplichter! Daarna: Mauritanie.
Ik was al vroeg wakker en strompelde naar het hok waar een douche en het toilet was, naast een zandheuvel stond dit hokje. Ik was benieuwd hoe het verder zou verlopen en wat ik de man zou geven, ik had het toch met hem te doen, we waren de enige klant en deed toch erg zijn best. Het ontbijt wat hij maakte had hij ook zijn best voor gedaan, maar brood met jam en een kop thee is nu eenmaal niet veel bijzonders en hadden we ook al tig keer gehad.


Een echte saharatent! We besloten te overnachten in deze tent, weer eens wat anders dan de daktent.

Maar de Saharagelber was dichtbij :)

Een andere camping vriend

Kijk mij eens schattig zijn!

Het leuke hondje was ook wakker en hier kon Ramon lekker mee spelen, hij wilde nog lang niet weg en we besloten misschien nog te gaan zwemmen.
We ruimden de auto weer in en besloten na de auto ingeruimd en wat betaald te hebben om lekker even met de hond te gaan spelen als het mannetje dat goed vond. Hij was tenslotte heel leuk met zijn hond, zat hem veel te aaien en liefkoosde hem heel duidelijk. Toen we de boel aan het inruimen waren van de auto besloot ik ook nog even te kijken of ik kon vaststellen waarom de brandstofmeter het niet meer deed.
Deze was ermee opgehouden en zodoende moest ik zelf steeds bijhouden wanneer we ongeveer weer zouden moeten tanken. De actieradius was al een stuk korter, maar nu was het extra uitkijken.
Net toen ik het dashboard los had kwam het mannetje even kijken. Ik gaf hem in elk geval 75 dirham (ongeveer 7,5 Euro) en hij keek opeens anders en zei dat we hem 250DH moesten betalen.
Op het moment dat ie dat zegt, besef je dat je het weer gedaan hebt, ondanks dat we gisteren na tig keer vragen steeds maar geen bedrag hoorden en we er nu dan echt maar eens in geloofden dat dat pure vriendelijkheid was en daarbij ook, we kregen niets te horen, ondanks tig keer vragen. Dan geef je wat en dan begint dit. Ik seinde al naar Ramon dat ie zijn zooi maar snel in de auto moest gooien en Melissa en ik deden hetzelfde. Ik maakte de man duidelijk over hoe het gisteren verlopen was, voor zover dat ging. Het mannetje was zijn onschuldige uitstraling verloren en begon nu erg moeilijk te doen. Ik was vastbesloten, we maakten er nog 100DH van ook, zodat we zeker wisten dat het genoeg was, misschien zelfs te veel. De man eiste dat we de eigenaar moesten bellen en het hem te vertellen dat wij niet van plan waren die 250DH te betalen. Ik was het spuugzat en zei dat ik niet nogmaals ga bellen om dat er nu opeens wel kosten zijn. Dan kan ik nogmaals kosten gaan maken met mijn mobiel, terwijl ik mijn uiterste best gisteren al had gedaan, en als die kerel hier dan nu in de problemen komt omdat hij te weinig zou krijgen, dan hadden ze dat maar eerder moeten bedenken. De onderdelen van het dash donderde ik ook woest in de auto en Melissa die hem had uitgemaakt voor een dief had het bij hem ook gedaan. Hij begon ‘Fuck you’ te roepen en was woest, ik had geen zin meer en Melissa die hem dat vroeg nog eens te herhalen was ook buiten zinnen. Ze maakte hem duidelijk dat ze hem zou gaan rapporteren aan alle reisgidsen die ze kende zodat de mensen zouden weten hoe het er hier aan toeging. Het leek net of hij dat begreep en zijn blik veranderde iets, en begon weer te protesteren dat ik niet weg kon zonder de eigenaar te gaan bellen. De groeten! Ik startte de auto en we besloten te gaan. We scheurden door het zand weg, ik was nog bang dat we even vast kwamen te zitten want het stuk was aardig mul. De Saharagelber liet me niet in de steek en ploegde zich er prima doorheen. We waren weg, helaas dan maar niet met de hond spelen, dat was voor Ramon ook duidelijk.


De coole combinatie van zand en water: De peninsula van Dahkla.

Een heel stuk verderop stopten we weer even om de boel een beetje te reorganiseren. Aan het begin van de avond reden we bij de grens van Mauritanie. Bij de grenspost om Marokko uit te komen ging het verder vrij makkelijk, het kostte alleen onzettend veel tijd, het was er druk en je moest langs drie posten, in de goede volgorde waar je proefondervindelijk wel achter kwam.
We wisten dat het stuk tussen Marokko en Mauritanie over stenen paden moest, ik had nog gelezen hoe dat ongeveer moest zijn in het Sahara Overland boek, daarin werd ook gewaarschuwd voor mijnen en al gauw waren we het hoofdpad kwijt. Er reed niemand meer en ik was er niet zeker van hoe dit nu verder moest, geen plek waar we deze avond willen eindigen, in dit stukje niemandsland. Om ons heen stonden hier en daar autowrakken. Gereden op een mijn? Er kwam tweetal jongens in een busje aan en die zeiden dat we hier fout zaten. Ik probeerde nog gauw te zien hoe we dan wel moesten. Voor 50 Euro bracht hij ons wel even naar de grenspost. Als domme toeristen deden we dat maar, om er later achter te komen dat dit stukje inderdaad maar het enige stukje was waar twijfel over zou kunnen bestaan over hoe je moet rijden.
Het was echt een makkie, we reden 5 minuten achter het blauwe busje aan en hij zette ons af bij de grenspost, die nog 200m verder lag. Hij kwam zijn knaken halen. Ik dacht er nog aan gas te geven richting te grenspost, wat een afzetterij! Dat lijkt me toch niet zo handig om daar hier mee te gaan rommelen op de grens, wij waren zo stom geweest dit toe te zeggen dus dan het verlies maar nemen. Gauw vergeten maar weer :-) Bij een klein hok van zand en riet zat een kerel in een uniform. Hij was daar rustig bezig met zijn grote boek vol met allemaal namen en kentekens bij te werken. Toen ik maar eens een stap naar binnen waagde wuifde hij ons arrogant weg. Dit stond Melissa niet echt aan, ik stelde voor om rustig nog even af te wachten. Als je haast laat zien ben je hier altijd duur uit. Toeristen met haast betalen moeten daarvoor boeten, in een of andere vorm, meestal geld trouwens. Op een gegeven moment had hij tijd en werkte onze autopapieren door en registreerde de auto. Daarna liep zijn collega even om de auto heen en vroeg wat we allemaal bij ons hadden. Dat was het wel zo’n beetje want al gauw mochten we weer verder. Geen prettig sfeertje hier. We moesten door naar de volgende post waar we weer een stapeltje papieren in moesten vullen en op eens 20 Euro moesten betalen per persoon. Ik was bang weer in het ootje genomen te worden en wilde per se een kwitantie, dit was geen probleem, het bleek inderdaad toch echt verplicht. Het bleken vriendelijke kerels en een paar vroegen wat we van plan waren en of ik mijn auto ging verkopen een eind verderop. Ik had het boek van Jeroen Bergeijk ‘Mijn Mercedes is niet te koop’ in mijn hand omdat ik verwachtte dat het hier heel lang zou gaan duren en dat ik wat kon lezen. Ze wilden het boek bekijken en vroegen waar het over ging. We praatten even over het fenomeen van al die toeristen die naar West-Afrika rijden en daar met winst hun auto verkopen en terugvliegen. Ik maakte hen duidelijk dat zij mij weer terug zouden zien hier, want dat was het laatste wat ik zou doen, mijn 300TD verkopen!
Na een korte controle bij de auto konden we weer verder. Over de grens van Mauritanie, het was al aardig donker moest ik tanken. Dat was eigenlijk erg stom, want in de Westelijke Sahara was het zo achterlijk goedkoop. Ik probeerde vast te stellen wat het hier kostte. Melissa en ik wisten beiden niet wat de Ougiya, die ze hier hanteren eigenlijk waard is. We waren hoopten dat de jongen ons een eerlijke koers gaf want controleren konden we het niet. Ik had alleen geen Ougiya’s en sprak een wisselkoers met de jongen af met een zo goed mogelijk zelfverzekerde blik van ‘Ik weet wel wat de Ougiya waard is in Euro’s!’
Na de auto volgegooid te hebben en we het eens nagezocht hadden in de Lonely Planet bleek dat die blik niet van invloed was, hij had ons flink beetgenomen. 2-0 inmiddels voor de Mauritaniers, weer de fout ingegaan. Toen het volgende probleem, bij de grens was het niet mogelijk een verzekering te kopen voor Mauritanie, dit moet je eigenlijk in Nouadhibou doen, maar vanaf Guerguarat (de grensplaats) moet je dan 40km naar Nouadhibou rijden en weer terug. Onderweg kwamen we eens checkpoint tegen waar de beambte ons vroeg om het rijbewijs en de verzekering. Braaf liet ik alles zien en vertelde de man dat de ‘MA’ op de groene kaart stond voor Mauritanie. Hij bleef vragen om een ander papier wat ik natuurlijk niet had. Nadat ik bleef zeggen dat dit mijn papieren waren had hij er geen zin meer in en liet me door. We reden de donkere nacht in richting Nouakchott. We beraadden ons of dit nu wel handig was, want straks hebben we nog meer checkpoints en dan staan we ergens stil en moeten we het in de middle of nowhere gaan regelen, we besloten weer om te draaien en reden toch maar naar Nouadhibou. Daar vonden we twee campings, de ene zag er niet gezellig uit en zo gingen we naar Camping Baie du Levrier.
We konden nog net een plekje bemachtigen en streken neer. Die avond ben ik op tijd naar bed gegaan en werd ’s-nachts wakker, ik voelde me totaal niet goed en kon nog net op tijd de tent uitkomen, laddertje af en ging over mijn nek. Ik voelde me honds beroerd en was flink ziek.


Op naar Mauritanie


De slechte weg tussen Marokko en Mauritanie.

Een grote groep kamelen, net na het passeren van de grens van Mauritanie.

Ook in Mauritanie is het erg zanderig :)

Kamelen in het begin van de avond.

10-08-06 –
Vandaag was ik flink ziek. De afgelopen nacht was het op en af naar het toilet en vandaag was het niet veel beter, water, luvos aarde, paracetamol, ik hield het niet binnen. Dat was echt balen. Melissa heeft
gedurende de dag voor mij gezorgd zover dat kon en Ramon had een vriendje gevonden waar hij mee kon spelen. Het was het zoontje van de camping eigenaar.
Ramon had een soort rackets gekocht eerder in Marokko waardoor ze met elkaar over konden slaan met een softbal. Het jongetje had zelf geheel geen speelgoed en zijn zusjes moesten de hele dag binnen blijven en helpen. De man, hoe jong ook, is altijd bevoorrecht. Zo nu en dan hoorden we vanuit het huis
dat een van de kinderen iets niet goed had gedaan waardoor er hevige ruzies hoorbaar waren. De kinderen hadden bijna niets aan speelgoed, maar de eigenaar reed toch wel in een behoorlijk redelijke Mercedes Benz.


De Camping “Baie du Levrier” in Nouadhibou, waar ik ziek werd.

Ramon kan zich gelukkig wanen, hij ziet dat het ook maar afhangt van waar je geboren bent hoe je terecht komt. Uiteindelijk vroegen wij of het niet leuk was om na het spelen de rackets met de bal aan de jongen
te geven, zo had hij toch wat leuks om te doen, eventueel met zijn zusjes of met een ander vriendje. We lieten het aan Ramon over, want het was tenslotte zijn speelgoed.
Ons hart brak toen Ramon het aan het jongetje gaf, hij begreep goed dat het voor het jongetje heel bijzonder was om zoiets te hebben. De andere kinderen gaven we ook wat van ons speelgoed dat we meegenomen hadden om aan arme kinderen te geven. Het viel in goede aarde en de kinderen waren er blij mee, het jongetje stond perplex van de speelgoedauto’s, hij keek zijn ogen uit naar de speelgoedauto’s.

De camping eigenaar kwam steeds vragen hoe het met mij was en gaft de tip om cola en rijst te eten. Het koolzuur van de cola zou mijn maag tot rust brengen.
Er kwam bezoek voor het mauritaanse gezin en hier was een nederlandse vrouw bij die op Melissa afstapte. Ze raakten aan de praat en die avond werden wij uitgenodigd om bij dit gezin uit Mauritanie te eten. Ik voelde me nog te beroerd en Melissa en Ramon zijn wel gegaan.

11-08-06 – Zand, moslims, +50 graden en, nog meer zand.
Het ging in de ochtend ietsje beter en na heel rustig aan gedaan te hebben en lang te douchen, ook al was het koud, voelde ik me iets beter. We wisselden hier Ougiya’s, regelden een verzekering voor Mauritanie en vertrokken weer. Het was 12:30u, 103109km op de klok. De auto’s in Nouadhibou sloegen echt alles, zo slecht had ik de auto’s nog nooit gezien. Sommige leken wel van koek, het metaal was zo rot en gedeukt, vol met gaten, bumpers zaten met touw vast, gapende gaten op de plaatsen van de achterlichten, kapotte koplampen, deuren die enkel nog in het slot hingen, wielen die alle kanten op stonden, echt ongelovelijk. Als je het niet zelf gezien zou hebben dat het nog reed, zou je denken dat het al jaren een sloopvoertuig was. Hier en daar reden er nog redelijke Mercedes 190’s rond, soms een W124. De W123’s en de oude busjes waren het ergst, evenals de oude Peugeots en Renaults.
Een paar oude W123’s zette ik nog op de foto, het lijken wel de afdankers van Marokko, die ze zelfs daar niet meer kunnen gebruiken.
Als je een foto zou maken van een W123, deze zou printen op een A4tje en deze zou verproppen en daarna weer uitvouwt, geeft een vergelijkbaar beeld van hoe de auto’s daar rondrijden. Alles zit schots en scheef en is uitverhouding. Er zit meestal geen deurhendel of sierstrip meer op.

De mensen leven hier echt in een of ander gat en hebben niets, de auto’s zijn meer bolderwagens die mensen van de een naar de andere kant van de stad vervoeren of dienen als kruiwagen voor etenswaren of zakken met rijst of couscous. Met 20km/h sukkelen ze door de wijken. Als een auto in Nouadhibou gebruikt gaat worden is dat zeker het eindstation.
Nouadhibou is op veel plaatsen niet meer dan blokachtige huisjes van zandsteen met allerlei golfkarton en schotels op het dak, te midden van grote hopen zand. Hier en daar asfalt en verder zandwegen verbinden de woningen en winkeltjes met elkaar. Het is een troosteloos gezicht, het is rommelig en overal waait puin door de straten, de palen met de telefoondraden maken het geheel af. Het ziet eruit alsof de wereld is vergaan en geheel verwoestijnt is en dat de mensen die veldslag overleeft hebben zich bijelkaar gevoegd hebben en van de rommel die nog te vinden was voor zichzelf wat noodwoningen hebben gebouwd.
Ik vond op een hoekje een zaakje waar ik olie kon halen en bij deze zaak stond het al gauw vol rond de auto. De vraag was natuurlijk weer of hij te koop was en waarom dan niet. Of we hem dan later gingen verkopen en dat het supergoede auto’s zijn en dat deze helemaal nog in goede staat is. Al met al wel een leuk praatje, de mannen waren erg aardig en ze hielpen me goed met het vinden van het juiste brandstoffilter, waar ik toch een extra van wilde hebben. We laten Nouadhibou voor wat het is en rijden richting Senegal, een flinke lange tocht.
Om 19:45uur komen we in Nouackchott aan. Het ziet er al beter uit dan Nouadhibou maar ook hier komt het woord ‘niets’ weer sterk naar boven als je er doorheen rijdt. Weer een stad te midden van het zand.
Een stad verdeeld in een raster van wegen met overal de bekende zandsteen laagbouw maar in het grote centrum ook wat serieuzere gebouwen. We pinnen en tanken hier en rijden door.

Dit gedeelte tussen Nouakchott en Senegal was prachtig. Veel grote duinen waar we stopten om naar te kijken. Ramon klom omhoog bij een duin om er dan vervolgens van af te rollen, een grote zandbak als deze is natuurlijk te gek. Het zand was zeer fijn en het bovenste laagje waait ook door de lucht.
Het was bloedheet hier in de sahara. Soms kwam de wind van het land af en was het niet te harden,
het zal een graad of 45 a 48 zijn geweest. We zagen zo nu en dan kamelen en stopten regelmatig als Melissa een schedeltje zag liggen tijdens het rijden. Melissa zoekt bijzondere botjes en het liefst hele schedeltjes om te ze bekijken en om thuis in de vitrine te zetten. Onderweg vinden we nog een ezel maar deze is nog niet uitgedroogd, wie weet iets voor de terugweg, als je dat dan nog kan vinden.
De zandduinen en grote vlakten zonder iets van de bewoonde wereld te zien is heerlijk om in te zijn. In de verte zie je soms bergen en grote zandduinen, andere stukken is het alleen maar een grote vlakte tot aan de horizon. Hier en daar weten boompjes het te presteren om te overleven in het zand, zo droog en heet als het hier is.
Het is bloed- en bloedheet en de ramen open doen maakt het in de auto alleen nog maar warmer.

Onderweg zien we nog een kleine gerbil. Thuis hebben wij ook gerbils en zijn gek van deze diertjes maar om er nu een in het wild te zien, dat hadden we niet verwacht. Ik zag al regelmatig iets over de weg schieten maar Melissa en Ramon sliepen. Het was donker en laat en zij waren kapot. Ik dacht aan de wijze van rennen ze al te herkennen, dat zijn geen muizen maar gerbils, met een kwastje aan hun staart. Later toen we er weer een zagen stopten we en wat we nooit verwacht hadden: De gerbil bleef zitten. We hebben hem gefilmd en tig foto’s van kunnen maken, het was erg grappig om dat beestje te zien. Uiteindelijk na de fotosessie betaalde we hem af met twee stukken gedroogde abrikoos, toevallig hadden we dat in Marrakech gekocht en gerbils zijn daar gek op.

We rijden door en door totdat we in Rosso aankomen, een mijlpaal in de vakantie. Een punt waar je liever niet wil zijn, gevaarlijk, vervelend en de enige plaats om Senegal in te komen. We rijden door Rosso, het is middernacht en de straten zijn verlaten. Nabij een groot hek stopt de weg. Zou dat de overgang zijn? Er komt al iemand aan gelopen, we voelen ons hier niet op ons gemak maar toch draai ik het raampje open.
Hij begint een verhaal over het vinden van een slaapplaats en ik bedank hem vriendelijk en draai om, hij probeert mij tegen te houden en weer me me te praten. Ik geef gas en rijd een klein straatje in.
Het ligt volg met afval en door het kleine straatje liggen overal geiten. De zandweg vol met gaten maken het moeilijk om langs te geiten te manouvreren en verder te komen. Er is hier niemand en de huisjes lijken ook verlaten. Er doemt een auto op en begint achter ons aan te rijden, het staat ons niet aan maar we rijden rustig door. We omzeilen de gaten en de geiten en proberen na te gaan of er nog een grensovergang is.
Het we rijden verder en de geiten hebben plaats moeten maken voor een ander obstakel, namelijk enorme plassen. We rijden er tussendoor en de auto volgt, ik ga harder rijden en de auto komt verder achterop.
De straat lijkt alleen maar kleiner te worden en we moeten omdraaien. Zo rijden we de auto weer tegemoet, er zitten twee mannen in en ze draaien het raampje open, ik rijd er stug langs want we zien er nu weinig in om ergens om in te gaan. We besluiten te stoppen bij een gebouw wat door een soort soldaten bewaakt wordt. Ik stap uit en probeer de man te vragen waar de grensovergang is, hij blijkt nauwelijks frans te kunnen en een van de mannen uit de auto die ons achtervolgde stapt uit en begint het gesprek over te nemen. Hij blijkt aardig en legt ons uit dat de grens dicht is, hij biedt een plaats aan bij eoa huis waar hij weet dat we daar kunnen staan, er schijnt verder niets te zijn om te overnachten. Waarschijnlijk omdat niemand hier -wil- overnachten. Hij legt ons uit dat dat gesloten hek de grens is en morgen weer open gaat.
Ik vraag hem toch maar naar de alternatieve route die we graag wilden proberen, ik had hier al over gelezen. Je rijdt dan over een piste naar Bge de Diama en kan daar de grens over. Ze boden aan om er nog heen te rijden, we besloten achter ze aan te rijden, we vonden de afslag en reden Rosso uit het donker in over een kleine zandweg. Dit leek ons toch niet verstandig, achter twee mannen aan en dan een piste over, die in de regentijd flink ondergelopen zal zijn met plassen. Daarnaast weten we ook niet met wie we te maken hebben, midden in de nacht deze piste volgen, met nog een kind erbij, was geen goed plan.
Ik seinde met mijn lichten en ze stopten. Ik bedankte voor het aanbod maar gaf aan dat we er toch niet op in wilden gaan, we zouden dat morgen wel proberen. We reden terug en vonden een hotel, het was best prijzig maar we hadden geen oplossing. Bij het uitladen van de auto kwam er weer iemand op mij af, ik had er totaal geen zin in, ik was kapot en dan ook nog nadate gedoe in Rosso hadden we het wel gehad.
Ik was ook pas net weer op de been en we hadden nu al weer 12 uur gereisd. Toch kon ik via hem er wel achter komen hoe laat de grens open ging en welke tijden men aanhield, er was ook een gids nodig om door al die formaliteiten te komen, iets wat ik inderdaad van meerdere mensen gehoord had. De gids verdiende zichzelf terug doordat hij zou zorgen dat je niet teveel betaalde. Mijn plan was eigenlijk om de piste te nemen maar zij vertelden mij dat dat echt niet mogelijk was in de regentijd met mijn auto. Ik sloeg dat advies in de wind want natuurlijk speelde hij liever mijn gids morgen om met de veerpont over te steken.
Afgepeigerd gingen we naar bed, eerst langs een hele stapel kakkerlakken en andere enorme insecten, die zich op de porch verzameld hadden bij het buitenlicht. In de kamer was het snikheet, de bedden waren vies en we sliepen dus in onze eigen slaapzakken. Ik probeerde ’s-avonds nog in de reisgidsen te kijken wat nu de situatie was hier, ik was verward en we probeerden de onwaarheden te scheiden van de waarheden.
Vreselijk als je altijd alles in twijfel moet trekken en je niet weet wat wel of niet waar is. Ik sprak af met de gids dat als we er morgenochtend vroeg niet zouden zijn, dat we dan ook geen gebruik zouden maken van zijn dienst. Ik peinsde nog even en viel ook in slaap, ca 3 uur ’s-nachts. Melissa was meteen al plat, het was een heftige rit, van Nouadhibou naar Rosso.

12-08-06
7:30u, er werd op de deur gebonsd. Die gids, of iemand anders, geen idee want we waren kapot, stonden daar te roepen of we nog kwamen. Hebben we dan nooit rust!?! We riepen “nee”, “no”, en “non”, zodat het duidelijk genoeg moest zijn dat we met rust gelaten wilden worden. Het hield op maar na een kwartier stonden ze er weer. Na 4 uur slaap en totaal afgepeigerd konden we er dus weer uit een uurtje later, want het was nu wel tijd om op te staan. We regelden alles met de gids en we konden met de boot, er moest nog geld geregeld worden en ik had nu al van meerdere mensen gehoord dat de piste onbegaanbaar was en nam het dus ook maar aan. Dan zal het wel, dus we gaan maar met de veer. De veer vaarde meerder keren per dag en de gids zou voor ons alle zaken regelen die je daar moet regelen. Na een tijdje wachten ging het hek open
en konden we naar binnen. Officials gebaarde het een en andere en onze gids antwoordde erop, gebood ons te wachten, dan weer even mee, loketje hier in, papieren daar invullen, elders weer een stempel halen, dan een ander loketje weer papieren afgeven, daar gaan de paspoorten, allemaal spannend maar het lijkt goed te gaan. Dan is de papierwinkel na 20 minuten geregeld en is onze gids weer bij ons terug. De boot heeft middagpauze meld hij, de laatste ging net weg en wij waren net te laat, dat wordt dus 3 uur wachten ongeveer. Het was de heet om in de auto te zitten, je moest de schaduw opzoeken en zodoende liepene we uit de krioelende mensen weg en gingen een stukje verderop bij wat vrouwen en mannen op een kleed zitten en we kregen thee aangeboden. Het kleedje lag naast de oever van de Senegal rivier en je had mooi de uitkijk op de overkant: Senegal! Langs dit stukje van de oever, waar zo nu en dan de mannen in stonden te plassen, werden de kinderen in gewassen en stonden vrouwen hun was te doen. Zo nu en dan dook er ook een varaan op en liep tussen het riet door.
Naast de enorme rioollucht was het hier prima uit te houden en we kregen wat thee aangeboden. De gids bood aan om wat flessen koud water te halen en Melissa maakte wat broodjes bij de auto. Het was erg gezellig om tussen de Senegalezen te zitten en wat verhalen te wisselen met de gids. De jongen vertelde ons dat de mensen die wij tussendoor in de kleine bootjes over zagen steken naar Senegal (de mensen tevoet hoeven niet op de grote veer te wachten), veelal vluchtelingen zijn die gepoogd hebben om bij Marokko de grens over te steken om in Europa te komen. Ze kwamen dan weer helemaal te voet en liftend met vrachtwagens mee weer terug, teneergeslagen omdat het mislukt was. Zonder de papieren lukte het echt niet, en als werd het ze door de kenners in hun omgeving toch gezegd, ze moesten het toch proberen.
Wat hadden ze te verliezen? Voor velen is dat de hoop op een beter bestaan, maar bijna allemaal komen ze weer terug. Hij vertelde ook dat veel jongens het blijven proberen, en stappen ’s-nachts in kleine bootjes om de toch naar Spanje zelf te proberen, met het grote risico om dood te gaan maar ze hebben dat er voor over.

Om circa drie uur in de middag kwam de pond en konden we erop. Aan de overkant ging de gids weer aan het werk en regelde ook hier de zaakjes weer. De overgang was meteen indrukwekkend, van het rustige Mauritanie naar ineens het echte Afrika hier. De donkere mensen, het gekrioel en gehang van de mannen, het was- en sjouwwerk van de in prachtige kleuren geklede vrouwen, het rode zand en het volle groen met de typisch afrikaanse sfeer. We zijn nu in het echte Afrika. Even verder op rekenen we met de gids af, 80 Euro lichter, waarvan 20 Euro voor hem. Ik vraag hem op opheldering en hij schrijft de bedragen allemaal op.
10 Euro voor dit, 10 Euro voor dat.. Ik overhandig hem het geld en hij overhandigt mij de paspoorten met stempels.
Afrikaanse geldklopperij ten top: 80 euro om de grens over te gaan.. Volgende keer ga ik toch die piste proberen, we hebben dit nu eens meegemaakt en dat was op zich ook een hele beleving.
Na het plaatsje uitgereden te zijn komen we op een controle terecht. Zelfverzekerd geef ik de zojuist geregelde hele papierwinkel af en krijg tot mijn verbazing te horen dat er een voertuigregistratie papier mist.
Dit moet ik daar bij de grens gekregen hebben en zonder dat kan ik toch echt Senegal niet in. Ik snap er niets van en vertel hem dat we braaf een gids hebben genomen om te zorgen dat alles zo geregeld is zoals het moet zijn. Het is een eerlijk uitziende sympathieke jongen die niet snel zou verdenken van de truuk: Je moet dit papiertje hebben, je hebt het niet, maar tegen een vergoeding kan ik je wel door laten gaan”.
Na een tijdje hierover gepraat te hebben liet hij ons gelukkig toch door. Dat was mazzel hebben, we konden dan in St Louis dit papiertje wel regelen, hij gaf door wat we precies moesten hebben.
We reden verder en Melissa zag onderweg nog een enorm schedel liggen van het soort koeien met enorme horens, die je hier veel ziet. Ze vroeg of we dat mee konden nemen, mij was het best, zolang we er mee konden leven, de lange tijd die we nog zouden reizen. De schedel was nog erg mooi en de horens compleet. Het was een prachtig ding alleen enorm groot, we zouden wel zien of we dat de grenzen over krijgen..

Het landschap was ineens zo afrikaans, we bleven stoppen en foto’s maken, vooral veel vogels die we konden determineren aan de hand van de vogelgids. Het weer was ook weer iets beter uit te houden.
Toen wij een dorpje doorreden nog een stuk voor St Louis werden we aangehouden door een agent. Melissa had net even haar gordel afgedaan om wat te pakken van achterin en deze agent hield ons aan. Het nare kereltje begon ons te bekeuren omdat Melissa de gordel niet om had. Ik legde het uit maar hij was verder nergens ontvankelijk voor en zetten de bekeuring door. Ondertussen reden andere mensen net zo goed zonder gordel langs (in veel auto’s hier zitten die dingen niet eens meer). We waren behoorlijk geirriteerd en begonnen naar de andere auto’s te wijzen. Hij bleef stug volhouden maar ‘bood ons aan’ zonder papiertje het voor de helft te doen. Ipv 40 zou het dan 20 euro worden. Ik begon kwaad te worden en zei dat ik helemaal niets wilde betalen. Hij wilde mijn rijbewijs niet teruggeven en ik moest betalen, ik wilde de bon hebben, want aan die onderhandse zaken wilde ik niet mee doen, want dan stopt die kerel het zijn zak, dus betaalden we nog liever die 40 Euro. We besloten naar het politieburo te gaan en daar de situatie uit te leggen. Bij het buro binnen, waar een kerel opgesloten zat in de cel, nabij de hal met de balie, deden we ons verhaal. Ze waren vriendelijk maar zeiden toch dat we echt 2,5 euro moesten betalen. We dachten dat ze ons matsten en betaelden de 2,5 euro. We kregen de bon mee maar wat bleek, die 2,5 euro is het bedrag dat je ook moet betalen voor zo’n vergrijp. Die fijne agent daar probeert zo dus de toeristen erin te laten tuinen en hopen dat zij altijd voor die 20 euro gaan en zich zo te voorzien van een hoop extra geld. We reden terug om het betalingsbewijs te laten zien en het rijbewijs op te halen. De agent stond niet meer op zijn plek, en was ook niet te zien, ook dat nog. We stapten uit en gingen op zoek, die knakker heeft ons rijbewijs nog! We bedachten dat we zijn naam ook niet hadden. Ergens kwam hij van onder een boom aangelopen. Hij was nijdig en geirriteerd, tevreden liet ik hem die bon zien en liet hem weten zijn ‘truuk’ door te hebben. We kregen het rijbewijs terug en vertrokken weer. Al met al koste ons dit weer een extra anderhalf uur maar het voelde toch goed, we zijn niet ingegaan op de corruptie. Tegen de avond kwamen we aan in de Zebrabar. Soms heb je van die plaatsen die zo ‘lay back and relax’ zijn, waar je je even terug kan trekkenn, relaxen en ronduit genieten. De zebrabar is zo’n plaats. Er was overigens bijna niemand. De zwitserse eigenaar was ook aanwezig en maakte voor ons het eten klaar. Hier zouden we een paar dagen blijven, dat stond vast.

Leave a Reply

Please copy the string sY8P1Q to the field below: